IPON - Houd media niet weg van leerlingen, maar maak ze bespreekbaar

Priscilla de Roo:

‘Houd media niet weg van leerlingen, maar maak ze bespreekbaar’

Voor leerlingen in groep 8 is de digitale wereld nooit ver weg. Ze appen, gamen, kijken video’s, gebruiken AI-tools en komen via sociale media in aanraking met een stortvloed aan informatie. Voor Priscilla de Roo, leerkracht in het gespecialiseerd onderwijs, is mediawijsheid daarom geen losstaande les. Het is iets dat bijna dagelijks voorkomt in het leven van haar leerlingen.

Tekst: Matthijs van Els, redacteur IPON  Beeld: Miranda Huibers

Priscilla werkt op de Eerste Nederlandse Buitenschool in Den Haag, een cluster 4-school voor leerlingen met gedragsproblemen en psychische stoornissen. In haar groep 8 zitten vooral leerlingen met autisme en angststoornissen. Ze werkt inmiddels zeven jaar in het gespecialiseerd onderwijs, na acht jaar in het regulier onderwijs te hebben gewerkt. In 2025 werd ze benoemd tot Leraar van het Jaar. Haar missie: regulier en speciaal onderwijs dichter bij elkaar brengen.

De online wereld komt de klas binnen

Veel van haar leerlingen zitten lang in de taxi van en naar school en hebben daar vaak een telefoon of tablet bij zich. “Daar komen soms filmpjes voorbij die ze liever niet willen zien. Of er worden berichten gedeeld die extra aandacht vragen in de klas, bijvoorbeeld over het aangeven en respecteren van iemands grenzen.”

Daarin zit volgens Priscilla ook een verschil met het regulier onderwijs. Niet zozeer in de inhoud, maar wel in de context. Omdat haar leerlingen soms lang onderweg zijn, hebben ze vaak eerder en langer toegang tot online media. Bovendien vragen leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs soms om extra uitleg, herhaling en begeleiding bij wat ze online tegenkomen.

‘Ik heb leerlingen die ver bij elkaar vandaan wonen. Afspreken is dan lastig. Online gamen kan dan ook een manier zijn om contact te maken’

Juist daarom probeert Priscilla media niet weg te houden in haar gesprekken met leerlingen. “De wereld is heel open op social media, maar leerlingen zijn daar nog niet altijd klaar voor of op voorbereid. Ik probeer ze context mee te geven. Wat doe je als iemand online iets onaardigs stuurt? Wat deel je wel of niet? En hoe weet je wie er aan de andere kant van het scherm zit?”

Risico én verbinding

Leerlingen gaan verschillend om met alles dat de media te bieden hebben. Sommige leerlingen zijn vooral bezig met hun eigen omgeving. Anderen zijn weer gevoelig voor gamen en kunnen daar uren in verdwijnen. Dat brengt risico’s met zich mee. “Je hebt totaal geen idee wie er aan de andere kant van de computer zit. Het is een stukje bewustwording. Maar in hoeverre is een kind van 12 jaar in staat dat te overzien?”

Tegelijk ziet ze ook de positieve kant. Media kunnen verbinden, juist voor leerlingen voor wie sociaal contact niet vanzelfsprekend is. “Ik heb leerlingen die ver bij elkaar vandaan wonen. Afspreken is dan lastig. Online gamen kan dan ook een manier zijn om contact te maken.”

De kunst is volgens haar om beide kanten te blijven zien. “Technologie haalt het onderwijs in. Kinderen groeien op in een nieuwe digitale wereld. Waar het kan, maak ik het bespreekbaar. Ik houd het niet weg van leerlingen.”

Geloof niet alles uit eerste hand

Ook AI is onderdeel van die nieuwe realiteit. Leerlingen gebruiken ChatGPT bijvoorbeeld voor themawerk. Tijdens een thema over wereldoorlogen merkten leerlingen hoe gemakkelijk het is om meteen een antwoord te krijgen. Maar dat antwoord is niet automatisch waar. “De les daarbij is: geloof niet alles uit eerste hand. Kijk verder in boeken of op een tweede website. Is het feitelijk? Nuance is belangrijk.”

Dat geldt ook voor foto’s en video’s. Door AI wordt het steeds moeilijker om echt van nep te onderscheiden. “Jonge kinderen, die eigenlijk nog niet op social media moeten zitten, nemen dingen sneller voor waar aan. De lijn tussen wat AI is en wat echt is, is heel dun.”

Wat vraagt dat van Priscilla als leerkracht? Vooral nieuwsgierigheid. Als leerlingen praten over een game, meme of app die zij niet kent, vraagt ze juist om uitleg. “Dan zeg ik: hier heb ik nog nooit van gehoord, vertel eens.”

‘Leerlingen niet voorbereiden op de digitale wereld is geen optie meer’

Aandacht voor mediawijsheid

Volgens Priscilla mag er in het onderwijs, in de breedste zin van het woord, meer aandacht komen voor mediawijsheid. Tegelijk vindt ze dat digitalisering niet alles moet overnemen. “Het is goed om leerlingen wegwijs te maken in de digitale wereld, bijvoorbeeld in het gebruik van goede zoektermen. Maar je wil leerlingen ook niet zes uur per dag achter een scherm zetten. Spelling, taal en zinnen ontleden kunnen prima zonder. Het moet naast elkaar bestaan.”

Voor Priscilla is één ding duidelijk: leerlingen niet voorbereiden op de digitale wereld is geen optie meer. Daar ligt volgens haar een gezamenlijke opdracht voor scholen, leraren, ouders, gemeenten en kennisorganisaties. “We moeten het samen doen. Maar er ontbreekt nog veel kennis. Het gaat zo verschrikkelijk snel allemaal.”

Juist daarom begint mediawijsheid volgens haar niet bij verbieden, maar bij blijven vragen, uitleggen en bespreekbaar maken.