De leerling van tegenwoordig leeft in de offline én de online wereld. Hoe help je je leerlingen om ook in die wereld de juiste keuzes te maken? Stephanie Meuleman over mediawijsheid voor leerlingen én hun docenten.
Tekst: Maaike Zweers, redacteur IPON Beeld: Stephanie Meulman
Stephanie Meuleman werkt op verschillende scholen van OSG Twente als ‘social media juf’. Ze wil leerlingen de skills meegeven om online de juiste keuzes te kunnen maken. Maar heeft niet de illusie dat dat altijd gebeurt. Het blijven pubers vol hormonen die niet altijd de gevolgen van hun gedrag kunnen inzien.
Mediawijsheid begint volgens haar thuis. Als ouders hun kind een telefoon geven, moeten ze wel meekijken of het allemaal goed gaat. “Als je kinderen gaan fietsen leer je ze toch ook de verkeersregels?”
Maar het houdt thuis natuurlijk niet op. De lijntjes tussen thuis en school zijn dun. Kinderen zitten met elkaar in een chatgroep op Snapchat, ze hebben de hele dag contact. Thuis, op school en op de sportclub.
Een van de meest gehoorde problemen van docenten is volgens Meuleman dat er online ‘gedoe’ is. Docenten voelen in de klas dat er iets is, maar ze krijgen er geen grip op want het gaat te snel. Leerlingen maken ongepaste stickers van elkaar. Ze spammen in veel groepsapps en gooien elkaar steeds weer uit die groepsapps waardoor er onenigheid of ruzie ontstaat.
Het enige dat je als docent kunt doen, is het gesprek aangaan. “Er zijn altijd wel een paar kinderen in de klas die uiteindelijk aan de bel trekken, zeker in de onderbouw. Maar ook in de bovenbouw komt er uiteindelijk wel een leerling naar je toe als het echt niet meer leuk is.”
Meuleman gaat regelmatig in gesprek met docenten en leerlingen. Wat kan helpen, is wat er online gebeurt vertalen naar de offline wereld. “Stel je voor dat ik de hele tijd dit bij jou doe, dan vind je dat toch ook irritant? Ze geven dan wel toe dat dat inderdaad ‘vet irritant’ is en houdt het gedoe hopelijk weer een poosje op.”
Een ander probleem dat ze regelmatig ziet, zijn de privé foto’s die worden doorgestuurd. “Een meisje stuurt een gewaagde foto naar een vriendje, die dat vervolgens naar één ander vriendje doorstuurt en vervolgens heeft de hele klas de foto. Dan ga je zo snel mogelijk het gesprek aan om de foto’s weg te halen, maar dat gebeurt natuurlijk niet overal. Het is een gebed zonder einde. De enige troost die je kunt bieden, is dat het nu schering en inslag is en dat iets razendsnel oud nieuws is. Maar dat maakt het natuurlijk niet minder erg.”
Je kunt leerlingen volgens haar honderd keer vertellen dat ze die foto’s niet moeten rondsturen, maar ja, ze doen het toch. “Het is gewoon ontzettend spannend. De hormonen gieren door die lichamen. We weten allemaal dat we niet door rood moeten fietsen en niet te veel moeten snoepen, maar dat helpt ook niet als er een schaal snoep voor je neus staat.”
Jongeren komen via social media en games in contact met allerlei mensen en ze delen heel veel van zichzelf, ook als ze die ander nog nooit ‘in het echt’ ontmoet hebben. Over de gevaren daarvan denken ze op dat moment niet na. Daar kun je ze wel voor waarschuwen, maar dat komt vaak niet binnen. “Ik probeer dan altijd concrete voorbeelden aan te halen, dat werkt beter.”
Online gedoe gaat niet meer weg. En pubers blijven pubers. Ze zullen dus altijd ‘domme dingen’ blijven doen. En dat is volgens Meuleman ook helemaal niet erg. “Blijf ze tools meegeven en blijf praten. Veroordeel niet maar laat ze weten dat ze altijd bij je terecht kunnen. En wat misschien nog wel het belangrijkste is: werk samen. Ouders en docenten moeten niet naar elkaar wijzen maar samen een veilige basis bieden. En vooral niet vergeten dat ze zelf ook jong zijn geweest.”
Jongeren zitten vooral op TikTok en Snapchat. Snapchat gebruiken ze om te communiceren, TikTok als vermaak. Whatsapp wordt gebruikt voor communicatie met ouders en leerkrachten. En dan vooral voor ‘zakelijke’ mededelingen.
Niet iedere leerkracht of ouder hoeft morgen op TikTok of Snapchat te gaan, maar het is wel handig om er af en toe gewoon eens naar te kijken. ‘’Kijk er bijvoorbeeld eens een video over zodat je een klein beetje weet wat er tegenwoordig op die kanalen gebeurt. Of vraag of je kind of leerling je eens een ‘rondleiding’ wil geven. Dat doen ze meestal heel graag.”